Workshop

Na de voorstelling krijgen de kinderen een korte workshop die gegeven wordt met het emotiekruis. Ze oefenen de emoties blij, boos, verliefd en blij.

Doel: De kinderen leren emoties te herkennen en te benoemen.

  • Vraag de kinderen of ze weten wat emoties zijn. Veel jonge kinderen weten dit nog niet.
    Kunnen de kinderen een aantal emoties benoemen? Schrijf deze eventueel op het bord.
  • Wanneer de kinderen niets kunnen bedenken, help ze dan op weg.
  • Focus daarna op de emoties bang, blij, boos en verliefd.
  • Vraag de kinderen hoe iemand eruit ziet die boos, blij, bang en verliefd is.
    Hoe staat die persoon, hoe kijkt die persoon, wat zal de persoon voelen?
  • Laat de kinderen de verschillende emoties uitbeelden.
    Benoem hierbij de specifieke kenmerken die bij de emoties horen.
    Wanneer dit goed gaat, kun je het ook omdraaien. Je geeft een kind een emotie om uit te beelden. De rest van de klas moet raden welke emotie dat kind uitbeeldt. Wanneer dit lastig is, kun je de kinderen ook foto’s laten zien van verschillende emoties.

Emotiekruis
Met deze voorbereiding zullen de kinderen het emotiekruis gemakkelijk doorlopen, omdat zij dan al gewend zijn om de emoties na te doen. De emoties worden op dezelfde manier doorlopen als Amelia in de voorstelling. Door middel van uitbeelden en zingen.